Orthomoleculaire principes van gezonde basisvoeding

Terug naar alle berichten Orthomoleculaire principes van gezonde basisvoeding

Allereerst wil ik de term orthomoleculair uitleggen.

Het bestaat uit twee Griekse woorden: Orthos betekent optimaal of juist en Moleculair heeft betrekking op de moleculen, de kleinste deeltjes van ons lichaam. De term is geïntroduceerd door de chemicus en tweemalig Nobel prijswinnaar professor Linus Pauling (1901-1994).

Orthomoleculaire voeding zorgt ervoor dat het lichaam de benodigde voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden krijgt, zodat het optimaal kan functioneren.

In de orthomoleculaire voedingsleer hanteren we tien richtlijnen waaraan gezonde voeding moet voldoen:

1. Voeding dient voldoende brandstoffen te bevatten.

De mens heeft behoefte aan voeding die voldoende brandstoffen bevat. Onder brandstoffen verstaan we koolhydraten en vetten. Aan brandstof bij ons huidige consumptiepatroon geen gebrek. De meeste mensen in onze samenleving nemen juist te veel brandstof op. Met name de zogenaamde geraffineerde koolhydraten zijn de grote boosdoeners, omdat zij zuivere brandstof leveren met een hoge calorische waarde. Tevens bevatten deze koolhydraten onvoldoende micronutriënten. Deze zijn verantwoordelijk voor de omzetting van voedingsenergie uit de koolhydraten in energie voor onze lichaamscellen.

2. Voeding dient de goede koolhydraten te bevatten.

Vooral geraffineerde koolhydraten, zoals kristalsuiker en witmeel, vormen op termijn een grote belasting voor het lichaam. Ze leveren wel brandstof, maar niet voldoende vitamines, mineralen en dergelijke. Deze zijn verwijderd tijdens het productieproces, maar zijn juist noodzakelijk voor een goede verbranding van de koolhydraten.

3. Voeding dient de juiste vetzuurbalans te bevatten.

Het grootste voedingstekort in Nederland en andere welvaartslanden is dat van de onverzadigde vetzuren. Aangezien alle lekkernijen verzadigd vet bevatten en het overgrote deel van de mensen vrijwel uitsluitend op smaak eet, krijgen we veel te veel verzadigd vet binnen. Dit levert, in combinatie met weinig onverzadigde vet, een vetzuurverhouding op die de kans op hart- en vaataandoeningen op latere leeftijd sterk verhoogd. In een later blog zal ik meer vertellen over gezonde vetzuren en een gezonde vetzuurbalans.

4. Voeding dient voldoende bouwstoffen (eiwitten en vetten) te bevatten.

De meeste structuren in het menselijk lichaam worden opgebouwd uit aminozuren. Essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf aanmaken en moeten daarom verkregen worden uit eiwitten in de voeding. De eiwitconsumptie dient voldoende te zijn om herstel en bouw van weefsels mogelijk te maken. Vleesproducten en zuivelproducten geven alle essentiële aminozuren.

5. Voeding dient macronutriënten in de goede verhouding te bevatten.

Eiwitten, vetten en koolhydraten dienen in alle voeding aanwezig te zijn en bij voorkeur in een bepaalde verhouding. Deze verhouding hoeft niet heel nauwkeurig te zijn, maar juist op langere termijn is het beter dat er een bepaalde balans in zit. Een probleem hierbij is dat het inzicht in een juiste voedingsbalans van de microvoedingsstoffen bij de voedingsdeskundigen nogal verschilt. Met name over de hoeveelheid eiwit die we nodig hebben, verschillen de meningen. In de orthomoleculaire voedingsleer wordt de volgende verdeling aangehouden: Eiwitten 30%, Koolhydraten 40% en Vetten 30%.

6. Voeding dient voldoende micronutriënten te bevatten.

Hier ligt in het algemeen een groot probleem. Door het hergebruik van landbouwgrond en de toepassing van kunstmest, gewasversnellers, groeistimulansen en allerlei andere landbouwtechnologische trucs, is de voedingswaarde van de landbouwgewassen wat vitaminen en mineralen betreft behoorlijk gedaald. Als kunstmest geen selenium en magnesium bevat, kan je ook niet verwachten dat deze belangrijke mineralen in de voeding zitten. De enige manier om redelijk volwaardig voedsel te consumeren, is het gebruik van zoveel mogelijk biologisch geteeld voedsel. Maar dan heb je altijd nog het probleem van de milieuvervuiling. Hierdoor schiet de hoeveelheid micronutriënten zelfs in biologische voeding tekort. In een later blog zal ik meer vertellen over de micronutriënten, wat hun specifieke rol is en in welke voedingsmiddelen ze voorkomen.

7. Voeding dient de juiste verhouding micronutriënten en macronutriënten te bevatten.

Als de mineraalbalans in de landbouwgronden op langere termijn wijzigt als gevolg van disbalansen in de kunstmest, zal ook de mineraalbalans in de gewassen veranderen. In zuivelproducten is de calcium/magnesiumratio te hoog, wat de lichamelijke gezondheid geen goed zal doen.

8. Voeding dient geen anorganische toevoegingen te bevatten.

Lichaamsvreemde toevoegingen in voeding kunnen de gezondheid schade toebrengen. Ze kunnen leiden tot allergievorming, omdat het lichaam er continu afweerreacties op loslaat. De lever kan hierdoor overbelast raken en het immuunsysteem zal zwakker worden. Vooral bij jongere kinderen verstoren deze toevoegingen het natuurlijke evenwicht van bepaalde lichaamsprocessen. In een later blog zal ik verder in gaan op de gevolgen van bepaalde E-nummers.

9. Voeding dient zo veel mogelijk onbewerkt te zijn.

Genetisch gezien heeft de mens zijn huidige lichaam geërfd van de oermens. Deze at instinctief en het voedsel kwam rechtstreeks uit de natuur. Je zou dus kunnen stellen dat ons biologische systeem alleen goed kan functioneren als we hetzelfde voedsel als de oermens zouden eten. Er zijn aanwijzing dat het voedsel van de oermens was opgebouwd uit fruit, groenten, noten, zaden, klein wil en vis. In een later blog zal ik wat meer vertellen over het Paleoprincipe.

10. Voeding dient een basisich overschot op te leveren.

De PH-waarde van onze lichaamsweefsels wordt sterk beïnvloed door de voeding. In het algemeen zijn dierlijke producten zuurvormend en plantaardige producten basisch. Gezonde voeding dient een basenoverschot te hebben, omdat een zuuroverschot de PH-waarde van de weefsels laat zakken. Gevolgen van en te sterke verzuring van de weefsels en het bloed zijn bijvoorbeeld ontstekingsgevoeligheid en verlies van celfuncties. Over het zuur base evenwicht zal ik later blog meer vertellen.